
Vincent van Sliedregt is inmiddels bijna vijf seizoenen coach in Leeuwarden. In die jaren zag hij spelers komen en gaan. In de Blockparty Podcast hoorde ik hem iets zeggen dat me direct triggerde.
Toen het ging over wat een speler nodig heeft om als profbasketballer te slagen, begon hij niet over statistieken, schotpercentages of tactische systemen. Hij had het over gedrag. Over eigenschappen als dankbaarheid, consistentie, moed en stabiliteit.
Dat intrigeerde me.
Ik geloof namelijk dat jonge basketballers die bewust aan dit soort eigenschappen werken, daar niet alleen betere spelers van worden, maar ook betere mensen. En daar heb je ook na je basketbalcarrière nog iets aan.
Van Sliedregt bouwde in Leeuwarden een stevige reputatie op. LWD Basket was in die jaren zeker niet het lelijke eendje van de BNXT. Daarnaast rondde hij onlangs zijn periode van drie jaar als bondscoach van de Nederlandse dames af. Komend seizoen maakt hij de overstap naar het Duitse Bayreuth. Een mooie volgende stap.
Zijn spelersgroepen bestonden voor een belangrijk deel uit mannen die nog maar net aan het vak van profbasketballer begonnen. Dat is de realiteit voor veel coaches in het Nederlandse deel van de BNXT. De budgetten zijn beperkt. Je moet slim bouwen, scherp kiezen en spelers helpen om snel stappen te maken.
Want met het budget van LWD Basket weet je dat je ieder jaar opnieuw begint.
Amerikaanse spelers die het goed doen, spelen zich snel in de kijker. Hun agenten weten die prestaties vaak om te zetten in betere contracten elders. Goede Nederlandse spelers trekken eveneens aandacht van clubs met een groter budget of maken een stap naar het buitenland.
Juist daarom is teamcultuur zo belangrijk.
Van Sliedregt noemt zichzelf gezegend dat spelers als Shaquille Doorson en Reinder Brandsma langere tijd onderdeel waren van zijn ploeg. Niet alleen vanwege hun kwaliteiten op het veld, maar ook omdat zij hielpen om standaarden en cultuur door te geven aan nieuwe spelers.
Van Sliedregt:
“Bij het zoeken naar nieuwe spelers begin ik ieder jaar met een lijst van meer dan 100 spelers, vaak rookies uit de VS. Omdat ze allemaal vier jaar collegebasketbal achter de rug hebben, mag je ervan uitgaan dat ze kunnen basketballen. Natuurlijk zeggen statistieken iets, maar het leven van een profbasketballer draait om meer dan stats en X’s and O’s.
Ik probeer vooral te ontdekken welke waarden spelers in hun leven hebben. Dan kijk ik naar dankbaarheid, consistentie, moed en stabiliteit in hun leven. Ik ben daarin veel mooie mensen tegengekomen. Jongens die op sommige vlakken op jonge leeftijd al verder waren dan ik. Ik voel me bevoorrecht dat ik met spelers als Robin Duncan, Kristinn Palsson en Shaquille Doorson heb mogen werken. -glimlachend- Dit lijstje is wel behoorlijk door schade en schande tot stand gekomen. Ik heb aardig wat lessen gehad in mijn leven als basketbalcoach.”
We lopen het rijtje langs.
1. Dankbaarheid
Vincent:
“Deze eigenschap geeft je het perspectief dat je met andere mensen te maken hebt. Daardoor kun je beter inschatten welke waarde zij jou kunnen geven, maar ook welke waarde jij hen kunt geven. Dat is belangrijk in elke samenwerking, dus ook in een basketbalteam.
Dat stopt niet zodra je van het veld stapt. Het gaat door in de kleedkamer en zelfs daarbuiten. Het zit ook in oprechte interesse tonen in de mensen om je heen. Mensen gaan elkaar dan iets gunnen en zijn sneller bereid iets extra’s voor elkaar te doen.”
In eerdere gesprekken met Nederlandse basketballers hoorde ik dit vaker terug. Meerdere spelers zetten bewust in op het opbouwen van relaties met mensen in hun omgeving. Dat helpt om sneller een gevoel van thuis te creëren in een nieuwe omgeving.
Youri Fritz vertelde daar recent over. Ook Quinten Post gaf in mijn interview met hem voor Helden Magazine aan dat hij dat familiegevoel bewust opzoekt.
2. Consistentie
Vincent:
“Een speler die net van college komt, is gewend om in een relatief korte periode veel wedstrijden te spelen. In Europa duurt een seizoen vaak langer, terwijl het aantal wedstrijden per week wisselt tussen één, twee en soms drie.
Daarnaast valt er opeens veel structuur weg. Je hoeft niet meer te studeren of naar lessen. Die vrijgekomen tijd moet je zelf goed invullen. Anders ligt verveling op de loer, en ik weet uit eerdere werkervaring dat mensen dan soms afleiding zoeken die niet past bij het leven van een profbasketballer.
Omdat het seizoen langer duurt, moet je ook leren omgaan met een langere periode van intensief trainen en presteren. Wedstrijdscherpte soms acht of negen maanden vasthouden vraagt iets anders dan een college-seizoen van november tot half maart.
Voor mij zit in consistentie betrouwbaarheid, stabiel gedrag en zelfdiscipline. Dat laatste is cruciaal voor zelfstandigheid. Want in veel omgevingen worden spelers buiten het basketbal behoorlijk aan hun lot overgelaten. Als je dan niet zelf verantwoordelijkheid neemt voor je ontwikkeling en prestaties, wordt de kans op een lange carrière een stuk kleiner.”
3. Moed
Vincent:
“Moed is meer dan lef tonen in de strijd. Het gaat ook over de strijd met jezelf aangaan. Eerlijk durven zijn naar jezelf en naar de mensen om je heen.
Durven toegeven dat je iets verkeerd hebt gedaan. Of juist durven uitspreken dat je trots bent op je bijdrage. Emotie tonen als iets je raakt. Laten merken dat iets belangrijk voor je is.
Een ongeïnteresseerde houding na een slechte prestatie helpt niemand. Maar doen alsof je na een goede prestatie niets meer te leren hebt evenmin. Het is juist moedig om vooruitgang te benoemen als bewijs dat je inspanning iets oplevert.
In de ontwikkeling van een basketballer zijn fouten essentieel. Als je geen fouten durft te maken, beperk je je eigen groei enorm.”
4. Buiten het veld
Vincent:
“Ik wil weten wat spelers buiten het veld doen. Veel spelers halen kracht uit hun religie. Anderen uit hun sociale netwerk. Ik vind het belangrijk dat spelers daar bewust mee omgaan en dat ze naast hun leven als basketballer ook nog een ander leven hebben.
Dat zorgt voor ontspanning en afleiding. Als spelers al impactvolle ervaringen hebben overwonnen, zie je vaak ook meer stabiliteit in hun persoonlijkheid.”
Tot slot:
“Ik hoop iedere speler in mijn team een paar stappen verder te brengen op deze vlakken. Daarmee geef je ze een sterkere basis van zelfstandigheid, iets wat je hard nodig hebt in een basketballoopbaan.
Hopelijk helpt dat hen om een mooie, lange carrière op te bouwen. In het basketbal, maar ook in alles wat ze daarnaast of daarna gaan doen.”
